user_mobilelogo

ET 1: De leerlingen hebben een positieve houding tegenover ict en zijn bereid ict te gebruiken om hen te ondersteunen bij het leren


Wat houdt deze eindterm eigenlijk in?

De leerlingen hebben een positieve houding tegenover ICT en zijn bereid ICT te gebruiken om hen te ondersteunen bij het leren.Naast het ontwikkelen van een positieve houding ten aanzien van ICT, wordt ook de bereidheid om ICT te gebruiken als middel om te leren aangescherpt. ICT kan immers behalve een aanvullende rol ook een remediërende en compenserende rol vervullen.

Het ICT-gebruik op school kan niet alleen voor mensen met een beperking een compenserende rol spelen, maar evenzeer voor diegenen die thuis niet de mogelijkheden hebben om met ICT te leren omgaan. Ook moet ICT op school een compensatie bieden voor vaardigheden en attitudes die bij thuisgebruik niet of veel minder worden verworven. Een voorbeeld hiervan is dat de leraar de leerlingen aanspoort de spellingscontrole te gebruiken bij een tekstverwerkingsprogramma.

ICT leent zich uitstekend om concrete (leer)inhouden te verduidelijken door bijvoorbeeld het gebruik van bewegende beelden en geluid. De leerinhouden worden hierdoor toegankelijker en dit verhoogt de leermotivatie. Leerlingen die in de school positieve leerervaring opdoen met ICT als medium, ontwikkelen een positieve houding tegenover ICT.

De motivatie van leerlingen is sterk gerelateerd aan de ‘fun factor’ die men koppelt aan spellen in de virtuele wereld. Leerlingen worden ook gemotiveerd door een diversiteit aan taken, open taken, onderzoekende opdrachten.
Ze willen hun kennis creëren door informatie op te zoeken, te selecteren, te organiseren en te interpreteren. Leerlingen zijn minder gemotiveerd voor sterk gestructureerde oefentaken.

Maak dus gebruik van creatieve toepassingen en gevarieerde opdrachten.

Vier kenmerken

1. Stimuleren: leerlingen aanmoedigen en het positieve benadrukken.
2. Differentiëren: variatie aanbrengen in de leerstof en aanpak om zo beter te kunnen inspelen op de noden van individuele leerlingen.
3. Remediëren: individuele leerhulp aanbieden om zo leerachterstand te vermijden.
4. Compenseren: het gebruik van bepaalde (technische) hulpmiddelen toelaten, bijvoorbeeld een laptop met leessoftware en spellingcorrector voor een leerling met dyslexie.